Niet bekend Details Over slotenmaker Bever

De heidense Bellona verdreef uiteraard de heilige Clara. Het stille verblijf van de nonnen, die zich Clarissen noemden, werden herschapen in ons bewaarplaats over grondstoffen waaruit buskruit gemaakt kon geraken. Dat dankte dit tussen verdere aan een helse uitvinding over de monnik Barthold Schwartz, welke zich stortte op dit ontwikkelen aangaande verwoestende krijgsmiddelen, in regio over een vreedzame orderegels betreffende bestaan klooster te praktiseren.

Rest alsnog te vermelden de bijnaam betreffende de echtgenoot met Arentgen Cornelisdr, welke in de wandeling vertrouwd stond wanneer ‘pluizige Leen’, en woonde met de stadsvest vlakbij dit Achterom.

Dit deel aangaande de Gasthuisstraat tot de Molstraat met een Koornmarkt behoorde tot dit 9e kwartier. Soutendams wandeling begon op deze plaats bij brouwerij ‘De Clauw’ op de hoek betreffende een toenmalige Gasthuissteeg, welke later in ons plateelbakkerij werden herschapen.

Met de overzijde betreffende de Turfmarkt tussen een Gasthuislaan en een Molslaan waren alweer verschillende uithangtekens en gevelstenen. Vooreerst welke over de huizinge ‘Een Verkeerde Werelt’ (met mouterij) [in 1882 stond er alsnog ons branderij met die benaming]

. Het schilderij werd voor dit springen betreffende dit kruitmagazijn in dit antieke Clarissenklooster in 1654 deerlijk gehavend, doch later via bestaan kleinzoon Jacob Delff ‘weder byeengevoegt en herstelt’, aldus Bleyswijck. Delff was afkomstig met Gouda, zo blijkt uit een aantekening in dit Delftse poorterboek. Sindsdien woonden zijne afstammelingen daar, waarvan daar twee een schilderkunst beoefenden en een derde, Willem, welke met ons dochter van Michiel over Mierevelt gehuwd was.

Aan een zuidzijde over een Andere Langedijk, vanaf de stadswal gerekend, stond een thuis betreffende mr. Johan Schrevel ('een schrale' ofwel magere.), die 8 November 1593 tot pestmeester was benoemd of ‘aenghenomen’, blijkens een aantekening in dit 2e Memoriael van Burgemeesteren.

De Papestraet huisvestte personen met allerlei festival. Er vond men ons ‘1indewaeryerster', dat wensen zijn zeggen een vrouw die een linnenwinkel hield. Bovendien zien we een boekbinder, ons hoedenmaker, ons wapensmid, ons schoenmaker en de weduwe betreffende stadstromper Cornelis Cornelisz. Bestaan aanhef was ‘trompetsteecker ende wachter op den Stadthuystoren’.

Bij bovengenoemde brouwerijen is daar ons, welke met ettelijke verschillende tussen 1600 en 1640 werd uitgebroken, doch wier gevel tot op de huidige dag terug bewondering wekt betreffende al die bouwkundigen en liefheb­bers betreffende schone overblijfselen uit vorige eeuwen.

Met de westzijde aangaande een zogenoemde Pontemarkt, ons deel betreffende een Brabantsche Turfmarkt, aldus genaamd naar een ponten; die „

Zijn voortreffelijke kunstgewrochten beschikken over een roem onderstreept van de antieke Delfsche schilderschool, sedert een kunstkritiek dezer (19e) eeuw hem de rang bezit aangewezen, die deze bij de penseelmeesters der 17e eeuw verdient in te nemen, en tevens die met het voormalig St.

‘Reynier, eertijds predicant’, had er ons woonhuis, dat deze aan een paar zusters verhuurde. (Bedoeld is Regnerus Donteclock, aangaande 1577-1590 bedienaar betreffende dit Goddelijk Woord in Delft, die in laatstgenoemd jaar naar Voorschoten vertrok. Overeenkomstig de legger aangaande de verponding met 1620 was dat huis destijds alsnog alsmaar eigendom met de weduwe betreffende Reynier Donteclock, predicant) Behalve hem woonde de dochter aangaande wijlen Andries over der Goes en eindelijk, op een zuidwesthoek met een Nieuwstraat, een zesde kleermaker met het deel betreffende dit Antieke Delft.

.. 2400 gulden”. Dat dit een serieuze som was, kan geraken opgemaakt uit het feit het hij vanwege 't conterfeitsel naar 't leven aangaande Z. Excentie een Heere Prince Maurits met Nassau 200 gulden van Burgemeesteren ontving, een bedrag, het naar een tegenwoordige waarde aangaande het bedrag (in 1882!)

  waren toentertijd alsnog ver te uitkijken. De ‘nieuwmaeren’, meteen een latere couranten in het begin heetten, werden ook over het algemeen mondeling over­gebracht door reizende boden, schippers en andere ambulante mensen. Hun onbevangen, via een politiek ook niet beneveld oordeel, placht een feiten eenvoudiger en juister op te vatten en verdere overeenkomstig hun ware toedracht ook te delen, vervolgens thans via een ‘gedrukte’ boden aangaande dit nieuws vermag te geschieden, nu men zich betreffende dat van gisteren en heden slechts node vergenoegen mag.

Verder de gracht opwandelende, betreffende dit register zodra trouwe gids, bespeuren we, dat daar tevens ons meester schilder woonde in ons der aanzienlijkste huizen aangaande welke buurt, het volgens zijn eigenaar vier haardsteden bevatte. Zijn titel was Michiel Jansz en een deftige burger, welke te midden over werklieden en winkeliers lees meer die huizinge bezat, was niemand anders vervolgens de vermaarde ‘contrefeyter’ Mierevelt, wie het portretteren aangaande veel ‘groote Heeren ende Vorsten’ geen windeieren legde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *